Algemeen
Wit-Rusland of Belarus (officiële naam: Respublika Belarus) ligt in Oost-Europa en is volledig omsloten door andere landen: in het noorden en oosten aan Rusland, In het noordwesten liggen Letland en Litouwen, Oekraïne in het zuiden en Polen in het westen. De oppervlakte van Wit-Rusland is 207.600 km2 en het land is daarmee bijna vijf keer zo groot als Nederland.
Landschap
Het landschap van Wit-Rusland is over het algemeen vlak te noemen met veel moerasgebieden. In het zuiden is het wat heuvelachtiger. De gemiddelde hoogte bedraagt 162 meter. Het landschap kent verder vele oerbossen, velden, moerassen, meren en enkele grote rivieren, bijv. de Dnepr (700 km door Wit-Rusland). In totaal telt Wit-Rusland ca. 20.800 rivieren en beekjes met een totale lengte van ca. 90.100 km. Het Pripet-moerasgebied in het zuiden van Wit-Rusland was eens het grootste moerasgebied van Europa.
Klimaat
Wit-Rusland ligt op de overgang van een continentaal klimaat naar een maritiem klimaat, met koude winters en vochtige zomers, maar ook hete zomerse dagen. De gemiddelde temperaturen schommelen van -10 tot -12°C in januari tot +19°C in juli. De warmste maand is juli, met temperaturen tot soms boven de 30°C. Van december tot april is het land bedekt met sneeuw, maar het kan zelfs tot in juni ’s nachts vriezen. Als de sneeuw gaat smelten, treden de rivieren buiten hun oevers. De Wit-Russische winters worden af en toe getemperd door warme westelijke winden vanuit de Baltische Zee. De natste maanden zijn juni en augustus.
Demografische gegevens (2009)
Wit-Rusland telt ca. 9,8 miljoen inwoners, waaronder 81,2% etnische Wit-Russen, in 2004 was dit aantal nog 10.3 miljoen. 11,4% Russen, 4% Polen, 2,4% Oekraïners en een klein aantal Tataren.
De bevolkingsdichtheid bedraagt ongeveer 46 inwoners per vierkante kilometer.
De natuurlijke bevolkingsgroei bedroeg in 2005 -0,09%.
Geboortecijfer per 1000 inwoners is 10,8.
Sterftecijfer per 1000 inwoners is 14,2.
Levensverwachting is 63,3 jaar voor mannen en 74,6 jaar voor vrouwen.
Zuigelingensterfte per 1000 levendgeborenen: 13,4
Grootste steden (2004)
|
Minsk:
|
1.741.372
|
|
Gomel:
|
481.197
|
|
Mogilov:
|
365.102
|
|
Vitebsk:
|
342.381
|
|
Hrodna:
|
314.833
|
|
Brest:
|
298.329
|
|
Babrusk:
|
220.823
|
|
Baranavici:
|
168.553
|
|
Barysau:
|
150.375
|
Godsdienst
Sinds de onafhankelijkheid beleeft het religieuze leven een ware opleving, vooral onder de jongeren. Feit is ook dat religie en politiek onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De religieuze groeperingen in Wit-Rusland hebben dan ook zowel een religieuze als een politieke agenda voor Wit-Rusland. De meeste Wit-Russen zijn Russisch-orthodox (80%). Daarnaast is er een belangrijke minderheid van rooms-katholieken (8%). In 1989 werd de eerste Wit-Russische katholieke bisschop geïnstalleerd, Dadels Kondrusiewicz, een in Wit-Rusland geboren Pool. Ook zijn er ook nog enige protestanten (van Duitse afkomst), moslims (Tataren) en joden.
Onderwijs
Kinderen zijn verplicht om onderwijs te volgen van 7 tot 17 jaar. De basisschool duurt vijf jaar en daarna volgen vijf jaar voortgezet onderwijs. Voorschools onderwijs wordt door de staat gesubsidieerd en ca. 60% van alle kinderen gaat naar de kleuterschool. Op 15-jarige leeftijd kiezen studenten tussen een universitaire opleiding, een beroepsopleiding of een gespecialiseerde opleiding. Er zijn opvallend veel sportopleidingen, alleen in Minsk al enkele tientallen. De meeste hogescholen en universiteiten geven les in het Russisch, daar tegenover staat dat de meeste basisscholen in het Wit-Russisch onderwijs geven.
Staatsinrichting
Wit-Rusland is een presidentiële republiek met een machtige president aan het hoofd. In 1996 werd er door president Loekasjenko een referendum uitgeschreven, waarna de in 1994 tot stand gekomen constitutie werd aangepast. Hierbij werd de 13e Opperste Sovjet (het parlement) ontbonden en vervangen door een Nationale Assemblee van twee kamers: het Huis van Afgevaardigden met 110 leden en de Senaat met 64 leden (waarvan 6 aangewezen door de president). Internationaal werd het referendum van 1996 beschouwd als in strijd met de grondwet. Het gevolg was dat noch de grondwet van 24 november 1996, noch de in dat jaar tot stand gekomen Nationale Assemblee worden erkend door de gemeenschap van westerse landen. Tot op heden beschouwen zij de 13e Opperste Sovjet, onder leiding van haar voorzitter Sharetski, als rechtmatige volksvertegenwoordiging. Ook werd de zittingstermijn van het staatshoofd met 2 jaar verlengd tot 7 jaar en kreeg hij belangrijke volmachten. Zo benoemt de president een aantal belangrijke leden van de rechterlijke macht, waaronder de president van het Hooggerechtshof, evenals het hoofd van de verkiezingscommissie en de president van de nationale bank. Verder benoemt hij, met toestemming van het Huis van Afgevaardigden, de eerste minister en de hoofden van regionale en locale raden.




